Expert simulatieonderwijs

Alles waarbij je iets nabootst of nadoet is een vorm van simulatie. Het METS Center is specialist in simulatieonderwijs en leidt al meer dan 10 jaar simulatie-instructeurs op in de zorg. In ons simulatieonderwijs hanteren we de volgende basisuitgangspunten:

  • interdisciplinaire teamtrainingen;
  • in een veilige en realistische (simulatie)omgeving;
  • gericht op non-technical skills (NTS);
  • met als uitgangspunt patiëntveiligheid;
  • bij de debriefing maken we gebruik van video-opnames van het scenario.

Simulatie Woordenboek

Wat is in Nederland een simulatie-instructeur? Wat kan een ‘teamtrainer’ en wat is een CRM-coach? Om zorgprofessionals wegwijs te maken in het woud van begrippen, heeft het METS Center een woordenboek uitgebracht, naar aanleiding van haar 10-jarig jubileum in 2018.
Download Simulatie Woordenboek METS Center

Simulatieonderwijs: wat, wie, waar, waarom, hoe?

Bekijk onderstaand filmpje om een indruk te krijgen van hoe we simulatieonderwijs aanbieden.

Feedback vs. debriefing

Bij het EuSim onderwijs gebruiken we de methode DAA (description – analysis – application phase) als debriefingstructuur. Het gebruik van videomateriaal kan extra inzicht geven in de performance. Tijdens een multidisciplinaire teamtraining werkt dit verhelderd, omdat je door het zien daadwerkelijk kunt analyseren hoe een situatie ontstaat.

  • Hoe werkt dat in de praktijk en wat is het verschil tussen debriefing en ‘gewone’ feedback geven?
  • Wat bedoelen we met frames en waarom is het van belang deze te exploreren?

Feedbackmethode learning conversation

De instructeur die tijdens het observeren van een scenariotraining ook de non-technical skills wil bespreken, leert bij ons hoe je dat kan doen volgens de learning conversation (LC). Bijvoorbeeld bij de METS GIC, CRM voor instructeurs en de ALS voor instructeurs bijscholingen.

  • Je kijkt samen terug naar de teamperformance. De groep bepaalt in eerste instantie de agenda, samen met de instructeur. Gezamenlijk analyseer je en bespreek je de goede punten en verbeterpunten. Hierbij zijn gedachteframes belangrijk.
  • De instructeur kan ‘advocacy en inquiry’ inzetten als gespreksopener om zijn eigen observatie op een niet veroordelende manier te bespreken. In deze methode ligt de nadruk op het observeren van gedrag en het vanuit nieuwsgierigheid ontdekken wat ten grondslag ligt aan specifieke gedragingen. Daarna analyseer je met het team het gedrag. Als bijvoorbeeld de patiëntveiligheid in het gedrang komt, moet het denkframe worden aangepast. Samen met de groep onderzoek je de mogelijke oplossingen.  

Trainingsagenda

Check het opleidingsaanbod in 2021-2022.